De Maartenskerk

Kerkgebouw

De monumentale kerk is een van de oudste kerken in de provincie Utrecht. Toch stond er op dezelfde plaats al eerder waarschijnlijk een houten kapel. Dat blijkt uit een lijst van goederen die eigendom waren van de bisschop van Utrecht, opgesteld in de negende eeuw. Vanaf 1126 behoort de kerk van Doorn aan het kapittel van de Utrechtse Dom. Dit verklaart de naam van de kerk. Immers de beschermheilige van Utrecht was Sint Maarten, de in 397 overleden bisschop van Tours.

De Doornse kerk is een van de oudste van het Sticht en was de moederkerk van Amerongen, Leersum, Darthuizen, Maarn, Maarsbergen, Woudenberg, Driebergen en Cothen. Na het graven van de Langbroekerwetering in 1122, ook van Neder- en Overlangbroek. Kerkpaden liepen vanuit deze plaatsen naar de Maartenskerk. Voorbeelden hiervan zijn het Maarnse en Woudenbergse voetpad. Ook de huidige Driebergsestraatweg was een kerkpad tot Driebergen in 1678 een eigen kerk kreeg. Rond 1180 wed het houten kerkje vervangen door een stenen gebouw, aanvankelijk nog zonder toren. Van deze romaanse kerk resteert het schip, met aan de noordzijde het Noormannenpoortje en in de noordoosthoek een rond venstertje: een zgn. hagioscoop. De toren werd in 1853 geplaatst en is nu eigendom van de kerkelijke gemeente.

De overgang naar de Reformatie is in Doorn geleidelijk verlopen. Bij besluit van de Staten van Utrecht van 26 augustus 1581 werd de uitoefening van de rooms katholieke eredienst in het Sticht verboden. De laatste pastoor, Anselmus van Blommenweert ging daarna met vrijwel zijn gehele parochie over en werd de eerste hervormde predikant. De overgang naar het protestantisme had tot gevolg, dat diverse interieurstukken werden verwijderd, waaronder het altaar. Bij de restauratiewerkzaamheden in 1996 zijn delen daarvan onder de vloer van de torenhal te voorschijn gekomen. De gerestaureerde stukken zijn opgesteld in de consistorie van de kerk.

Tot de rijke historie van de kerk behoren verder de kansel (1666), het vele koperwerk, zoals de kroonluchters (1748-1749), het Bätzorgel van Witte (1873) en de schilderijen.

Orgel

Het orgel in de Maartenskerk is in 1873 gebouwd door C.G.F. Witte (firma J. Bätz & Co.) voor een bedrag van f 3.430. De kast is in neo-gotische stijl, de organist zit aan de rechterkant (vanaf het front gezien).

Capaciteit

De Maartenskerk heeft een capaciteit van ongeveer 500 zitplaatsen en behoort daarmee tot de middelgrote kerken.



 

(bron: Universiteitsbibliotheek Utrecht)